Daling gebruik hormonale anticonceptie zet door in 2025
Uit nieuwe cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) blijkt dat het gebruik van hormonale anticonceptie in Nederland in 2025 verder is afgenomen. Via openbare apotheken gebruikten in 2025 1,5 miljoen vrouwen hormonale anticonceptie. Dat is 3,7% minder dan in 2024. De anticonceptiepil blijft met 990.000 gebruiksters het meest gebruikte hormonale anticonceptivum.
Hormoonvrije anticonceptiemethoden of anticonceptiemethoden die niet via de apotheek worden uitgeleverd, zoals koperspiraaltjes, condooms, pessaria, sterilisatie of vruchtbare dagen methoden zijn niet meegenomen in dit overzicht.

De pil blijft het meest gebruikt
Van de vrouwen die in 2025 hormonale anticonceptiva gebruikten, gebruikte 68% de anticonceptiepil. Dat komt neer op 990.000 gebruiksters, tegenover ruim 1,0 miljoen in 2024. Daarmee nam het aantal pilgebruiksters met 3,0% af.
Binnen de pilgebruiksters blijft het eerstekeus-combinatiepreparaat met ethinylestradiol/levonorgestrel (30/150 µg) het meest gebruikt. In 2025 waren er hiervan bijna 770.000 gebruiksters.
Ook het hormoonspiraaltje blijft een veelgebruikte vorm van hormonale anticonceptie. Na de anticonceptiepil was het hormoonspiraaltje in 2025 het meest gebruikte hormonale anticonceptivum, met ongeveer 330.000 gebruiksters. Het gebruik van andere hormonale anticonceptievormen die niet dagelijks hoeven te worden gebruikt en langdurige bescherming bieden, waaronder het hormoonspiraaltje en de prikpil, nam in 2025 met 5,1% af.
Aantal nieuwe gebruiksters blijft stabiel
Opvallend is dat het aantal vrouwen dat in 2025 voor het eerst een hormonaal anticonceptivum kreeg ongeveer gelijk bleef. In totaal kregen bijna 197.000 vrouwen een eerste uitgifte van een hormonaal anticonceptivum. In 2024 waren dat ongeveer evenveel vrouwen.
Van de vrouwen met een eerste uitgifte kreeg 56% het eerstekeus-combinatiepreparaat. Het hormoonspiraaltje volgde met 15%.
Volgens de SFK lijkt de verdere daling van het totale aantal gebruiksters daarmee vooral samen te hangen met vrouwen die stoppen met het gebruik van hormonale anticonceptie, en niet met een sterke afname van het aantal vrouwen dat voor het eerst met anticonceptie begint.
De ontwikkeling onder verschillende leeftijdsgroepen laat bovendien een wisselend beeld zien. Bij vrouwen jonger dan 20 jaar nam het aantal gebruiksters af met 2,1%, bij vrouwen van 20 tot 29 jaar met 2,6% en bij vrouwen van 30 tot 39 jaar met 1,2%. Gezamenlijk gaat het om bijna 155.000 vrouwen minder. Bij vrouwen van 40 tot 49 jaar en vrouwen ouder dan 49 jaar nam het aantal gebruiksters juist toe. Wellicht spelen de niet-contraceptieve voordelen van hormonale anticonceptie gedurende de peri-menopauze hierbij een rol.
Daling zet al meerdere jaren door
De nieuwe cijfers passen in een ontwikkeling die al meerdere jaren zichtbaar is. Daarbij gaat het niet om één specifieke anticonceptiemethode. Het totale aantal vrouwen dat hormonale anticonceptie via de openbare apotheek gebruikt neemt al meerdere jaren af. In 2018 werden nog 2,2 miljoen gebruikers van hormonale anticonceptie in Kamerstukken gerapporteerd, in 2025 zijn dat nog slechts 1,5 miljoen gebruikers.*
*Belangrijk om te noemen is dat het SFK in de tussentijd een andere methode heeft gehanteerd om het aantal gebruikers te berekenen. Daarom kunnen de cijfers uit 2018 en 2025 niet direct een-op-een met elkaar worden vergeleken.
Wat betekenen deze cijfers voor de anticonceptiezorg?
De cijfers onderstrepen het belang van een goed anticonceptieconsult waarin verschillende mogelijkheden worden besproken. De keuze voor anticonceptie is persoonlijk en kan gedurende het leven veranderen. Niet alleen verschillende hormonale methoden, maar ook hormoonvrije opties kunnen daarbij worden meegenomen.
Voor zorgverleners blijft het daarom belangrijk om samen met de vrouw te kijken naar haar wensen, situatie en voorkeuren en daarbij het volledige aanbod aan anticonceptiemogelijkheden te bespreken.

