19 oktober 2026|By Titus Health Care

Van ‘ongevoelig’ naar gevoelig: een nieuwe kijk op de cervix

Hoe lopen de zenuwen van de baarmoederhals (cervix) precies en welke functie hebben ze? Die vraag houdt wetenschappers al bijna tweehonderd jaar bezig. Het antwoord blijkt veel complexer dan lange tijd werd gedacht. Deze inzichten helpen ook om beter te begrijpen waarom de ene vrouw een spiraalplaatsing nauwelijks voelt, terwijl een andere vrouw dezelfde ingreep als zeer pijnlijk ervaart.


Een wetenschappelijke discussie die bijna 200 jaar duurde

Al in 1841 beschreef de Britse anatoom Robert Lee een uitgebreid netwerk van zenuwen rond de baarmoeder en de cervix. Zijn bevindingen werden destijds echter in twijfel getrokken. Collega’s van de Royal Society in Londen konden de zenuwen niet terugvinden, waarna Lee zijn werk introk voordat het officieel werd afgewezen.

Achteraf weten we dat de discussie waarschijnlijk niet ging over de aanwezigheid van zenuwen, maar over de beperkingen van de beschikbare onderzoekstechnieken. De microscopen en kleurmethoden uit die tijd waren simpelweg niet gevoelig genoeg om de fijne zenuwvezels van de cervix zichtbaar te maken.

Van ‘ongevoelig’ naar een veel genuanceerder beeld

Ook in de twintigste eeuw bleef de gevoeligheid van de cervix een onderwerp van onderzoek. Daarbij werd meestal getest door de baarmoederhals voorzichtig aan te raken met een dun instrument. In het onderzoek van Alfred Kinsey uit de jaren vijftig rapporteerde slechts 5% van de 878 onderzochte vrouwen dat zij deze lichte aanraking voelden. Dit heeft waarschijnlijk bijgedragen aan het idee dat de cervix nauwelijks gevoelig zou zijn.

Een belangrijk detail bleef echter vaak onderbelicht. In hetzelfde onderzoek rapporteerde ongeveer 84% van de vrouwen wél sensatie wanneer stevigere druk werd uitgeoefend met een groter contactoppervlak.

Dat verschil is belangrijk. De beschikbare gegevens wijzen erop dat de cervix minder gevoelig is voor lichte aanraking, maar wel degelijk reageert op stevigere druk en rek. Dergelijke prikkels spelen een rol tijdens een bevalling, een gynaecologisch onderzoek of tijdens het plaatsen van een spiraal.

Nieuwe technieken veranderden ons begrip

Vanaf de jaren tachtig maakten immunohistochemische technieken het mogelijk om de innervatie van de cervix veel gedetailleerder in kaart te brengen.

Inmiddels weten we dat de cervix rijk geïnnerveerd is en een uitgebreid netwerk van sympathische, parasympathische én sensibele zenuwen bevat.

Een veel geciteerde review van Jobling en collega’s beschrijft de cervix zelfs als een neurologische overgangszone. Anders dan de vagina staat de cervix bovendien via meerdere zenuwbanen in verbinding met het zenuwstelsel, waaronder de nervus pelvicus en de nervus hypogastricus. Dit kan mede verklaren waarom pijn vanuit de cervix vaak diffuus aanvoelt en lastig precies te lokaliseren is.

De overzichtsstudie van Giovannetti en collega’s (2023) bevestigt dit beeld en concludeert eveneens dat de menselijke cervix rijk is aan zenuwvezels.

Figuur 1. Schematische weergave van autonome en sensibele zenuwbanen van de vrouwelijke bekkenorganen. De cervix en uterus zijn verbonden met zowel hypogastrische als pelviene zenuwbanen. Overgenomen uit Jobling et al., 2014.

Innovatie op basis van nieuwe kennis

Nieuwe anatomische inzichten leiden ook tot innovaties in het instrumentarium.

Een voorbeeld hiervan is Carevix, een alternatief voor het traditionele tenaculum. In plaats van de cervix vast te pakken met een scherpe tang, stabiliseert Carevix de baarmoederhals met behulp van een vacuüm.

In een gerandomiseerde vergelijkende studie onder 100 vrouwen rapporteerden deelnemers:

  • ruim 50% minder pijn tijdens het stabiliseren van de cervix;
  • 78% minder vaak bloedingen dan bij gebruik van een traditioneel tenaculum.

Hoewel aanvullend onderzoek wenselijk blijft, laat deze ontwikkeling zien hoe fundamenteel anatomisch onderzoek uiteindelijk kan leiden tot verbeteringen in de dagelijkse zorg.

De belangrijkste les

En misschien wel de belangrijkste conclusie van bijna twee eeuwen onderzoek:

Niet de anatomie van de cervix is veranderd, maar ons vermogen om haar te bestuderen. Waar vroeger werd gedacht dat de baarmoederhals nauwelijks gevoelig was, weten we nu dat ze een complexe zenuwvoorziening heeft.

Die kennis helpt zorgverleners om bestaande technieken kritisch te blijven evalueren en nieuwe methoden te ontwikkelen. Uiteindelijk is het doel: gynaecologisch onderzoek en een spiraalplaatsing voor iedere vrouw zo veilig én comfortabel mogelijk maken.

Bronnen:

  • Lee R. Robert Lee, the uterine nervous system and a wrangle at the Royal Society 1839–1849. Journal of the Royal Society of Medicine. 2001;94:270-275.
  • Kinsey AC et al. Sexual Behavior in the Human Female. 1953.
  • Jobling P, O’Hara K, Hua S. Female reproductive tract pain: targets, challenges, and outcomes. Front Pharmacol. 2014;5:17.
  • Giovannetti O, Tomalty D, Velikonja L, Jurkus C, Adams MA. The human cervix: Comprehensive review of innervation and clinical significance. Clinical Anatomy. 2023.
  • Pain perception with cervical tenaculum placement during intrauterine device insertion: a randomised controlled trial.
  • A double-blind, triple-arm randomized controlled trial of 1% lidocaine paracervical block for IUD insertion.
  • NVOG. Herziening NHG-Standaard Anticonceptie – pijnbestrijding bij plaatsen spiraal. 2024.
  • Yaron M, Legardeur H, Barcellini B, Akhoundova F, Mathevet P. Safety and efficacy of a suction cervical stabilizer for intrauterine contraceptive device insertion: Results from a randomized, controlled study. Contraception. 2023;123:110004. doi:10.1016/j.contraception.2023.110004.
  • Goldstein IM, Komisaruk BR. Is Evidence Based on What We Know or Do Not Know? Secrets of the Cervix. Sexual Medicine Reviews. 2020.

 

terug naar nieuwsoverzicht

Privacy Preference Center